‘Ik sta rechtop in een kartonnen doosje, in het gelid met negen collega’s’.
Ik heb heel wat jaren aan improvisatie theater gedaan. Ik herinner me een opdracht waar ik de stem mocht zijn van een voorwerp op de vloer. Ik was een schaar die mijn medespeler probeerde te verleiden een mooie jurk aan flarden te knippen. Zalig.

Een zelfde soort plezier beleefde ik aan het lezen van ‘Het licht aan het einde van de loop’ van Martin Michael Driessen. In deze novelle is een kogel aan het woord. Een kogel met gevoelens, gedachten en verlangens.
Zelf komt de auteur halverwege het verhaal trouwens ook binnenstappen om met deze kogel aan de haal te gaan. Michael is een Hollandse auteur die teveel drinkt en kampt met een writersblock. Hij bezoekt zijn vertaler in Amerika tijdens het schrijven van zijn roman Liefde in het Derde Rijk.
Toevallig las ik die bewuste roman een maand terug (de kogel was waarschijnlijk een tussendoor schrijfsel). Ook een geweldig boeiend boek. Ook aan deze roman merk je goed dat Driessen toneelschrijver is en regisseur.
Liefde in het derde Rijk vertelt het verhaal van drie adolescenten in nazi-Duitsland, maar het verhaal is ingebed in het verhaal over Noorse schikgodinnen die spelen met het lot van de personages. Ik vond dat hier en daar wat geforceerd overkomen, maar het stelt existentiële vragen over lotsbestemming en vrije keuze.

En precies dat doet ‘Het licht aan het einde van de loop’ ook. Want de kogel stelt zichzelf de vraag waartoe hij nu eigenlijk op aarde is.
Ik heb genoten van beide boeken, maar de novelle -met echte kogelgaten door de pagina’s (geweldige vondst!) – misschien nog net een beetje meer.
Misschien is het gewoon de hoogste tijd om weer de vloer op te gaan. En dan wil ik wel een pratende kogel zijn.
Martin Michael Driessen, Het licht aan het einde van de loop (2022 ) en Liefde in het Derde Rijk (2025) Uitgeverij van Oorschot